INTERVIEW: (ONZE) JOS COVÉ OVER ZICHZELF EN MARCO BORSATO




Ze voorzien hun hoofd van een pruik of hijsen zichzelf in de meest extravagante kostuums, en doen talloze fans daarmee een groot plezier. In deze serie portretteert Panorama imitators van binnen- en buitenlandse sterren die zichzelf op het podium ook even een grootheid wanen. Deze week deel 6: Jos Cové (60), op de bühne ook wel bekend als Marco Borsato.


Het mag dan wel jaren geleden zijn, hij herinnert zich het moment nog als de dag van gisteren. Het gebeurde in de Gelredome, tijdens Symphonica in Rosso. Tussen de vele duizenden bezoekers stond Jos Cové uit Wijchen ergens hutjemutje op de vloer, toen Marco Borsato – de echte – al zingend over een soort balustrade boven zijn hoofd liep en een blik naar beneden

wierp. “Wat er vervolgens gebeurde, is echt ongelofelijk,” vertelt Jos. “Terwijl hij daar boven dus stond te zingen, keek hij mij recht in mijn ogen aan. En dat niet alleen. Op dat moment verstarde hij zelfs. Heel even, een fractie. Hij schrok echt. Hij was even helemaal van de kaart. Daarna herpakte hij zich weer en zong hij snel verder, maar even moet het voor hem zijn geweest alsof hij in de spiegel keek. Ik durfde het tegen niemand te zeggen, want ik dacht natuurlijk dat niemand me zou geloven. Maar zeker vier, vijf mensen die om me heen stonden, die ik bovendien helemaal niet kende, die hadden het ook gezien. Die zeiden: Hij schrok van jou.”


‘Alsof ik naar mezelf kijk’

Als Jos zijn boodschappen afrekent bij de kassa gebeurt het weleens dat de caissière vanuit het niets driftig begint te transpireren en zenuwachtig de verkeerde toetsen aanslaat. Dan weet Jos alweer genoeg. De vrouw bij wie hij probeert af te rekenen denkt dan dat het Marco Borsato is die voor haar neus staat. “Zelfs mijn bloedeigen zus ziet het verschil bijna niet. Toen zij een aantal jaar geleden een concert van Marco bijwoonde, vond ze het doodeng. Ze had het gevoel dat ze de hele tijd naar mij zat te kijken. Ik kan me dat goed voorstellen. Als je recht van voren naar mijn gezicht kijkt, dan lijk ik niet op Borsato, maar van opzij wel. Dat zit ‘m vooral in m’n haar en in m’n houding. Borsato staat ook niet helemaal kaarsrecht. Vroeger leek ik trouwens nog veel meer op hem dan nu. Als ik weleens foto’s van hem van jaren geleden zie, dan is het net alsof ik naar mezelf zit te kijken. Het is dat ik wéét dat ik het niet ben, anders zou ik het nooit geloven.”


Toen Borsato halverwege de jaren 90 doorbrak met de hit Dromen zijn bedrog, kwam het niet in de gedachten van Jos op om jarenlang op het podium te gaan staan als zijn imitator. Hij werkte toen nog gewoon bij de Rabobank. Pas een paar jaar later kreeg Jos na eerst vooral op karaokeavonden te hebben gezongen zijn eerste boekingen binnen, maar dan wel als zichzelf – en niet als Marco Borsato. Daar had hij nog helemaal geen oren naar. Hij wilde vooral eigen

repertoire spelen. Alleen zat niemand daar op te wachten.


“Als ik de hele avond vooral eigen nummers had gespeeld en toevallig één nummertje van Borsato had gedaan, zeiden mensen achteraf tegen me dat ze die nummers van Borsato het leukst vonden. Terwijl dat er dus maar één was. Gek, hè? Het maakte niet uit wat ik zong; alles wat ik van Borsato deed, bleef bij het publiek veel beter hangen.”



Als Jos rond 2002 op een horecabeurs in Den Bosch optreedt en een gesprek aanknoopt met Jurgen Jonkers, de artiest die wanneer hij zijn haren naar achteren kamt op Frans Bauer lijkt en hem daarom is gaan imiteren, besluit hij het roer om te gooien. Vanaf dat moment is Jos te boeken als de imitator van Marco Borsato. “Jurgen is degene geweest die mij ervan overtuigd heeft dat ik als Borsato op moest gaan treden. Door hem ben ik gaan inzien dat het me veel boekingen kon opleveren. Veel meer dan wanneer ik als mezelf op het podium bleef staan. Al snel stroomden de boekingen binnen. Eerlijk gezegd heb ik ook het geluk dat Borsato zelf al die

feesten en partijen links laat liggen. Hij treedt alleen met een band op, niet met tapes. Dat is voor niemand te betalen. Maar bruidsparen willen toch dat er op hun huwelijksfeest Zij wordt gezongen, of Dochters. Daarom komen ze bij mij uit. Vrijwel elk optreden dat ik word geboekt, ben ik tweede keus achter Marco zelf, haha.”



Scheve schaats

Jos is niet het type dat urenlang voor de spiegel staat om zichzelf om te toveren in de zanger van Ik leef niet meer voor jou en Je hoeft niet naar huis vannacht. Sterker nog, hij trekt alleen een wit

overhemd en een donker gilet aan. Meer doet de imitator niet om op de maestro zelf te lijken. “Dat komt ook doordat ik echt van zijn muziek houd. Ik hoef niet tot in de puntjes op hem te lijken om een geloofwaardig optreden te kunnen geven. Ik bén Marco Borsato niet, maar omdat ik met dezelfde beleving zing als hij, gelóóft het publiek me wel.” De grote vraag is alleen of het publiek

nog in Borsato zelf gelooft. Jos zegt nog maar te moeten zien hoe vaak hij na de coronacrisis geboekt gaat worden nu Borsato in scheiding ligt en verhalen over affaires met pianist Iris Hond en zangeres Maan zijn imago geen goed hebben gedaan. “Ik verwacht eerlijk gezegd dat dit alles zijn populariteit heeft aangetast. Dat kan bijna niet anders. In de ogen van zijn fans was hij

de ideale partner. Nu blijkt hij toch een scheve schaats te hebben gereden. Of meerdere zelfs. Op zich is dat niet erg, dat doen zoveel mensen, maar hij heeft wel het beeld gecreëerd van de ideale schoonzoon. Had hij dat niet gedaan, was er minder aan de hand geweest. Zo’n Waylon of zo, als die een scheve schaats rijdt, kraait er geen haan naar. Omdat je het van hem kunt verwachten. Maar van Marco? Nee, er zullen ongetwijfeld fans zijn afgehaakt.” Toch denkt Jos dat het goed komt met Borsato. “Zijn muziek blijft fantastisch. Ook al ben je een Borsato-hater, het is onmogelijk dat er niet één nummer van hem is dat je mooi vindt. Hij is en blijft de grootste artiest van Nederland.”


Met dank aan Panorama voor het interview

Tekst: Marco van Nugteren

Foto's: Ruben Eshuis

Recente blogposts

Alles weergeven
  • Facebook
  • YouTube
  • Instagram